Groeten van mij

Omdat ik de afgelopen weken/dagen stikdruk ben geweest met van alles en nog wat en bijna niet meer over mijn wallen kon kijken van de vermoeidheid, ben ik nog niet toegekomen aan een 21-12 blog.

Ik bekeek net de ‘monthly visits december’ van mijn site en tot mijn grote verbazing schiet dat richting de 1.800. Jij bent een van hen en was benieuwd, of op zoek naar mijn blog.

Hij komt, nog voor het eind van deze maand. En ik beloof je dat ik niet, zoals zoveel bloggers, ga terugblikken op 2013.
Ik heb er een in de pen zitten, maar die is nog niet klaar. Of beter gezegd: ik moet er nog een nachtje over slapen, want wie weet gooi ik mijn eigen glazen aan diggelen, door te schrijven wat ik schrijven wil.
Noem het mijn noodzaak of mijn ‘cry for help’.
Deze week weet ik of de noodzaak van de blog goed is, en als dat zo is, dan plaats ik hem.

Ik wens je fijne feestdagen en een gezond, liefdevol, gelukkig en inspirerend 2014!
En niet te vergeten: ik wil je bedanken voor het volgen van mijn blog.

Groeten,
Angelique

Kaart

Ergens eind oktober was ik jarig. En bij een verjaardag horen kaarten. Anno 2013 horen daar whatsapps, sms’jes en mailtjes bij. Heel gek, maar door al die berichten voel ik me altijd pas écht jarig.

Mijn dyslectische nichtje (10) had een mooie verjaardagskaart voor me uitgezocht, maar ze weigerde hem op te sturen omdat ‘de kaart toch allang te laat was en dat dat niet leuk meer was’. Ik kon lullen als brugman, maar zij vond dat nou eenmaal zo en ik kreeg hem mooi niet.

Begin november waren we bij haar broertje en moeder op de verjaardag en toen kreeg ik hem. Mijn verjaardagskaart! Ik vond het al zo leuk en lief dat ze speciaal voor mij een koeienkaart had gekocht en ik bewonderde hem dan ook uitvoerig. Ze bleef staan en zei: ‘lees je hem nog?’
Op de achterkant van de kaart, in haar netste handschrift en met een mooi kleurtje had ze geschreven:

Tante Angelique, ik heb dit jaar (13 december) een boekbespreking en ik vroeg me af of jouw boek dit jaar of volgend jaar af is, want ik wil heel graag mijn boekbespreking over jouw boek houden.

Die trotsheid van haar over mij en mijn koeienboek trof me tot diep in mijn hart.
Ik legde haar uit dat het dit jaar nog niet ging lukken (Was het maar zo’n feest dat het allemaal zo snel gaat) omdat ik ‘Joehoe’ nog moet opsturen naar de uitgevers.
Maar ik beloofde haar op dat moment, in die huiskamer tussen de hapjes, drankjes en visite, dat het boek er volgend jaar is.
Natuurlijk kon ik, met mijn gesmolten hart, niet anders dan haar beloven dat wanneer ze volgend jaar haar boekbespreking over mijn boek doet, ik hoogstpersoonlijk met haar meega naar school. Want hoe tof is het voor een kind, om de schrijfster van het boek zelf mee te nemen naar haar boekbespreking?

Vroeg ik me afgelopen zomer nog af wie er nou zat te wachten op een boek over koeien? Nou, ik weet het hoor!
Dus uitgevend Nederland: binnen een week of twee ploft er een koeienmanuscript de mat.

Angelique

©november 2013

Katers, poezen, leeuwen en tijgers

Schandalig! Ik weet het.
In augustus voor het laatst een blog geplaatst. Dat is me de afgelopen drie blog-jaren niet eerder gebeurd. Daarom begin ik deze blog maar met het aanbieden van mijn nederige excuses voor het teleurstellen van jou, mijn volger.

Wil je het weten, waarom ik me niet liet zien op het wereldwijdeweb? Echt? Waarom heb je dan geen berichtje achter gelaten bij mijn laatste blog, of op mijn Facebookpagina? Als ik had geweten dat er één iemand, jij bijvoorbeeld, zat te wachten op een teken van leven van mij, dan had ik iets geplaatst. Echt!

Eigenlijk weet ik niet zo goed waarom ik hier niet was. Natuurlijk zag ik de meldingen in mijn agenda staan dat ik een blog moest schrijven en plaatsen. Maar iets in mij vond, zo leek het, dat ik dat best een keertje kon overslaan of twee keertjes…

De afgelopen weken waren idiote weken. Drukte om me heen, drukte op het werk, drukte in mijn huis en vooral drukte in mijn hoofd. Die laatste drukte had vooral te maken met Joehoe. Ik zal eerlijk zijn. Ik had een schrijf kater.

Begin oktober was het mijn beurt om 30 pagina’s van mijn manuscript in te leveren bij mijn mede ScriptPlussers. Ik was zo blij, zo intens tevreden over het resultaat. Toen ik mijn stuk verstuurde naar de klas en de juf voelde ik me als een spinnende kat.
Ik was zo overtuigd dat er nu niets technisch meer aan te merken was op mijn verhaal (of in ieder geval, het begin ervan). En dat ik volgend jaar, tijdens de kinderboekenweek ook ergens op een school mijn boek zou signeren. Met dat gevoel ging ik naar school.

Na het rondje tops wist ik dat het goed zat. Dit verhaal is zo leuk, zit zo goed in elkaar, het perspectief is zó 100%. Ik werd er een spinnende tijger van.
Toen kwam het rondje tips. Echt, zo heftig waren ze helemaal niet, het waren suggesties van collega schrijvers, maar daar ging ik. Ik wilde huilend als een klein meisje de les uit lopen. Ik hield me in, maar wat had ik er de pest in zeg. Dat rotgevoel ging niet weg en bleef knagen tot een paar dagen na die bewuste bijeenkomst. Toen ik op mijn eerstvolgende schrijfdagje mijn feedback weer pakte en alles ging doorlezen bekroop me weer een naar gevoel.
Want, als ik wel of juist geen aanpassingen doorvoer. Wat of wie garandeert mij dat ik Joehoe uitgegeven krijg? Niets en niemand.

Na een hele rits ‘nazorg’ mailtjes van mijn schrijfmaatjes en bijna therapeutische gesprekken met mijn lief krabbelde ik er weer boven op. Nu, drie weken later weet ik wat het is geweest. Iemand probeerde aan mijn kindje te komen.
Het enige ding in mijn leven waar alleen ik bepaal hoe iets loopt werd liefdevol en zacht een andere kant op geduwd. En omdat ik dat niet wilde, gebeurde er iets met me.
Even werd ik een vechtende leeuwin en wilde mijn Joehoe-kindje verdedigen. Want dat gevoel, weet ik nu, was alleen maar omdat ik weet en voel dat het verhaal goed is, zoals het is. Bovendien één ogenschijnlijk klein detail aanpassen heeft een enorm domino effect in het hele verhaal.

En terwijl ik dit schrijf, verandert er weer iets in me en voel ik me een hulpeloos welpje. Wachtend op ‘mama uitgever’ die sussend zegt dat het allemaal goed komt met Joehoe. Dat dát niet gaat gebeuren weet ik.
Want ik heb nog geen uitgever gevonden voor Joehoe. Nog niet eens gezocht.

Dus daarom zeg ik nu (en toch vind ik dat best heel eng om zo hardop te zeggen).
Joehoe gaat vóór 1 december de deur uit. Want als ik mijn complimenten verzameling teruglees over dit verhaal, dan kan het niet anders dan dat er een uitgever in Nederland zit te wachten op Joehoe.

Angelique

Komkommertijd

Als ik de krant, en dan met name het plaatselijke suffertje opensla is het me duidelijk. Het is komkommertijd. Op de voorpagina staat een levensgrote foto van een afgelegen, afgebrand schuurtje.

Vol vertrouwen schreef ik in juni dat ik mijn verhaal af zou ronden en het zou wegsturen naar een uitgever (met muziek die uit de brievenbus zou opstijgen). Gelukkig vond ik mezelf toen al wat ambitieus.

En het was waar. Té ambitieus, of…misschien half té ambitieus.
Het verhaal is namelijk wel af. Op 8 juli was het klaar en voelde ik me leeg. Diezelfde avond stuurde ik het naar mijn schrijfmaten. Dat bezorgde me een nóg leger gevoel. Want wat moest ik nu gaan doen? Er zat niets anders op dan wachten tot ik de verhalen terugkreeg.
Gelukkig kon ik drie weken lang, elke dag, naar kantoor om mijn werk weg te krijgen voor ik vakantie kon houden.

En toen was het opeens vakantie!
We stapten op een vroege donderdagmorgen in een vliegtuig dat ons naar Amerika zou brengen. Bewust had ik mijn schrijflaptopje thuisgelaten. Ik zou niet schrijven.
Ik wilde genieten van mijn gezin. En dat is gelukt! We hebben een toptijd gehad en veel gedaan en gezien.

De feedback van mijn volwassen proeflezers is inmiddels terug. De eerste kinderen hebben een exemplaar gekregen en ik wacht op hun oordeel.
Begin september beginnen de scholen weer. En ga ik keihard aan de slag om ‘Joehoe’ klaar te stomen voor verzending naar een uitgever (of twee). Ik ga geen uitspraken meer doen over wanneer mijn eigen deadline is. Ik stuur het op, als ik er voor 200% achter sta. En dan hoor je het…

En nu is het tijd om heel voorzichtig die komkommer uit mijn hoofd peuteren.

Afronden

Zoals je weet, hou ik van lijstjes.

En dan bedoel ik geen boodschappen lijstjes (wel heel handig trouwens) maar vooral ‘things to do’ lijstjes. Zo heb ik een lijstje voor mijn lief met klusjes voor om-en-rond het huis. Een lijstje voor de kinderen met de weekplanning en voor mezelf een dagelijks lijstje, waar steevast ‘schrijven’ bovenaan staat. Je zult je er niet over verbazen dat ‘schrijven’  gedurende de dag verdwijnt naar een laatste plek onder het kopje: ‘als je nog tijd over hebt…’

Vanaf begin deze maand heb ik een nieuw lijstje. Mijn ‘Joehoe’ lijstje. Ik zie je wenkbrauwen om hoog schieten. Dat snap ik.Op het Joehoe lijstje staan geen dingen die nog moeten, alleen data. Mijn schrijfdagen tot aan de zomervakantie. Ze passen op een post-it.Het is mijn planning voor de komende weken. Ik vind het namelijk de hoogste tijd dat ik ‘Joehoe’ ga opsturen naar een uitgever, zodat ik in de Topklas (september 2013) aan een nieuw verhaal kan beginnen. Die hoofdpersoon van dat nieuwe verhaal, ze heet Svenja, dringt zich aan me op, achtervolgt me. Ik jaag haar nu telkens weg, omdat Laura haar verhaal nog niet helemaal heeft verteld.

Deze komende maand, ga ik Laura’s verhaal afronden. Daarna helemaal teruglezen, de feedback verwerken, het hele verhaal herschrijven, perfectioneren, polijsten en.. precies: daarna opsturen naar een uitgever. Het liefst voordat de zomervakantie begint. In mijn hoofd zit het romantische idee dat ik mijn manuscript onderweg naar het vliegveld in de brievenbus laat glijden, dat er muziek opstijgt zodra mijn verhaal de bodem van de brievenbus raakt, dat alle koeien die ik onderweg zie naar me lachen…

Laura verdient het, dat haar verhaal gelezen wordt.  Dat kinderen overal in Nederland kunnen lezen over haar dromen, wensen en met haar mee gaan op avontuur. Daarom dus het lijstje. Ik weet zelf best dat het nogal ambitieus is. Een verhaal binnen zo’n korte tijd, zo perfect te krijgen, dat de uitgever me belt en roept dat hij het nog voor de Kinderboekenweek wil uitbrengen.Het is vooral lang wachten, misschien dat ik pas tegen de kerst een afwijzing of een belletje krijg. Het is vooral ook geluk hebben. Soms vraag ik me af: wie zit er nou in hemelsnaam te wachten op een verhaal over een meisje dat een koe als huisdier wil?

 

Angelique

 

PS : ik zou het leuk vinden als je reageert op de blogs, dat mag op deze site, maar ook op mijn facebookpagina.

And the winner is….

In april had ik, zoals dat in de schrijfkringen heet, een optreden.
Bloedje nerveus was ik toen juf Natasha contact met me zocht en me uitnodigde op haar school om voor te lezen uit ‘Joehoe’.
Slik.. ik? Voorlezen? Uit eigen werk? Drama!
Ik dacht terug aan mijn webcam-avontuur voor mijn verhalen spinnen project (1)

Voorbereiding is 80 % zeggen ze en dat is waar. Juf Natasha en ik hebben vele mails en belletjes over en weer gehad en op het moment suprême, was ik niet nerveus..
Het voelde een beetje als winnen.
Voorlezen in een echte klas en met echte (en leuke) kinderen. Ze vroegen me of ik zelf een koe als huisdier wilde (jaha, dat wil ik) en ik kreeg spontaan proeflezers aangeboden. Ze wilden weten hoe het af zou lopen, zeiden u tegen me en tekenden een kaft voor ‘Joehoe, ik wil een koe’.
Na de meivakantie ben ik weer flink aan de schrijf gegaan. Het verhaal moet, en ik ben heel streng voor mezelf, voor de zomervakantie klaar zijn.

Iets winnen. Het gebeurt mij niet vaak. Zeg maar nooit.De laatste keer dat ik écht iets won was ik een jaar of zes. Precies, dat was in de vorige eeuw.

Dat heeft toen veel indruk op me gemaakt. Ik had een olifantenvogel in elkaar geknutseld voor een bekend baby verzorgingsmerk.
Op een dag kwam er een grote gele vrachtwagen bij ons de straat inrijden (dat was op zich al bijzonder vond ik toen). Van de chauffeur kreeg ik een teddybeer die zó groot was, dat ik hem nauwelijks zelf kon tillen, laat staat dat hij in mijn poppenwagen paste.

Nou vertel ik er nooit over, want dit is mijn schrijfsite, maar ik heb ook gewoon een baan. Niets bijzonders, hoor ik je denken. Want alleen de groten der (Nederlandse) schrijfaarde zijn broodschrijvers.
Dus ik doe de administratie, bij een bedrijf. Niet zomaar een bedrijf, maar bij ons bedrijf. Ok, het is het bedrijf van mijn lief, maar toch ook een beetje van mij.
Halverwege mei kregen we te horen dat we genomineerd zijn. Voor een prijs.
‘Jonge ondernemer/onderneming 2013’. Nou, nou, dat is toch wel even wat zeg.
Ik verbaasde me over de dag van de uitreiking (24 juni, op een maandag!) en de ‘host’ Umberto Tan. Maar nog het meest over dat we thuis opgehaald worden en netjes afgezet na afloop.
Eerlijk is eerlijk: voor mij is een ritje met chauffeur naar Kasteel De Vanenbug al ‘prijs’ genoeg.

En zo kwam het, dat ik ging nadenken over prijzen. Eigenlijk wil ik over een tijdje mijn eigen prijs. Een zilveren of nog liever, een gouden griffel…
Eerst maar ‘ondernemer/onderneming van 2013’ worden, dan ga ik daarna voor mijn eigen ultieme prijs.

Angelique

Hier de foto’s van de Kaft Joehoe

1. Je kunt twee hoofdstukken van me lezen op: Verhalen Spinnen

April doet wat ie wil

Waar anders kan deze blog over gaan dan over Koninginnedag. Dat het niet ‘mijn beste schrijfmaand ever’ is, is niet leuk om over te schrijven en voor jou niet leuk om te lezen.
Tuurlijk, ik schreef (met plezier) twee hoofdstukken voor het verhalen spinnen van Tina Schrameijer, en ik bezocht een groep zes bij een Harderwijkse school om voor te lezen uit ‘Joehoe, ik wil een koe’. Maar deze 30 april die als laatste Koninginnedag de geschiedenisboeken in gaat houdt me bezig.
Vorig weekend was ik in Amsterdam, bij Scriptplus.

Diezelfde dag werd het Rijksmuseum in Amsterdam officieel ‘teruggegeven’ aan het publiek door Beatrix. Ik weet niet meer waar ik met mijn kop zat, maar mijn ogen rusten op de straat tegenover ons gebouw.
Toen ik een batterij aan motoragenten zag aankomen die acuut de straat afzetten wist ik dat Beatrix langs zou komen. Ik snelde naar het raam. Het was mijn laatste kans om Beatrix nog één in het echt te zien. Dichterbij dan dit zou ik niet meer komen.
De zwarte uitgerekte Volvo kwam de bocht door scheuren. Ik zag haar zitten en kon bijna haar gezichtsuitdrukking zien. Ze bladerde, net als ik een paar uur daarvoor in de trein, in een magazine.

Onderweg in de trein naar huis dacht ik weer aan Beatrix. In eerste instantie omdat ik jaloers op haar was, omdat zij een privé chauffeur had en voor haar de straten afgezet werden en ik stil stond in Bilthoven vanwege ongemakken op het spoor.
Snel gaf ik mezelf een standje. ‘Foei, Liek, niet jaloers zijn op haar… Jij zou het nog geen dag uithouden als je haar moest zijn.’ Ik zou gek worden van al die mensen die constant om me heen liepen. En zo dwaalden mijn gedachten af naar over de troonswissel en vroeg ik me af, wat ze gaat doen als ze geen koningin meer is? Oma zijn? Tja, dat is ze al een hele poos, dus oma zijn, kan ze wel.

Thuisgekomen vertelde ik mijn mannetjes dat ik haar gezien had. De jongste (5) was nogal boos dat hij haar daar niet bij was geweest en zo werd ze ons tafelonderwerp.
Hij vond het zielig want als ze niet meer de baas van ons land was, had ze geen bedienden meer die dingen voor haar deden.
Gossie, wat gun ik het haar dat ze gewoon even op haar oma-fiets met fietstassen naar de Albert Heijn kan om zelf een onsje ham en onsje kaas te kopen voor de tosti’s, of een visje bij de visboer, of dat ze even met de kleinkinderen een Happy Meal kan gaan eten bij de Mc Donald’s. In een spijkerbroek met een gezellig t-shirt en wapperende haren, zonder dat ze belaagd wordt door iedereen. Gewoon als een normale vrouw en lekker anoniem.
Het gesprek aan tafel haalde me weer terug.
‘Mam, zullen we een keertje bij de koningin aanbellen en gaan koffie drinken.’
‘Het lijkt mij een goed plan,’ antwoordde ik.
‘Mij ook,’ zei hij. ’Misschien wil ze wel even samen met ons op de trampoline.’
‘Ik denk dat ze dat ook heel graag wil…’

Verhalen spinnen – The movie

Yes! Pasen.
Niet een zonnige Pasen waarop we de BBQ aansteken,lekker buitenzitten en genieten van het mooie weer, maar een witte Pasen.
Serieus, voor de grap wilde ik de kerstboom in de tuin zetten. Maar ik had andere dingen te doen. Namelijk, een hoofdstuk schrijven voor het verhalen spinnen van Tina Schrameijer.

Het was een bevalling zeg. Fantasy, zeg maar niet mijn ding.
Maar, na wat mailtjes en voorleesrondes aan mensen om me heen ben ik op Goede Vrijdag toch gaan zitten en schrijven. Ik kocht de kids om met chocolade eieren en begon. Het ging gestaag. Best lastig om niet je eigen ding te doen.
Afijn, het hoofdstuk (het zijn maar 500 woorden) moest een dagje rijpen. Vanmorgen las ik het door, veranderde ik er nog wat aan en toen kwam het serieuste gedeelte. Namelijk: ik moest met mijn kop voor de webcam.

Ik heb altijd al iets tegen camera’s en webcams gehad, en dan ook nog iets van je eigen werk voorlezen. Dat voelt wel heel erg eng.
Vol goede moed verstopte ik me op de zolder, in mijn schrijfpaleis, om te beginnen met de opnames.
Take 1, jawel, de telefoon ging;
Take 2: iemand schreeuwde keihard op straat;
Take 3: iemand ging luid toeterend de straat uit;
Take 4: ik stotterde als een gek;
Take 5: de jongens vonden het nodig om te roepen dat ze chips wilden;
Chagerijnig drukte ik mijn pc uit. Dan maar effe niet filmen, of helemaal geen filmpje maken.

Take 269: mijn hoofd zag er uit alsof het in blokjes geknipt was;
Take 327: geen geluid.

Afijn nét om negen uur vanavond, bij Take 788 kon het me niets meer schelen dat ik vereeuwigd werd op het wereld wijde web en moest ik lachen om mezelf. Het lijkt erop dat ik veel eerder had moeten opgeven om ‘een leuk filmpje te maken’. Want die laatste keer ging het eindelijk goed.
Snel heb ik de bloopers van mijn pc geknikkerd. Morgen staat het hoofdstuk online en het filmpje dus ook.
Heeeel misschien durf ik het hier te plaatsen.

Technisch weer

Vorige week liep ik vast in mijn koeienverhaal. In dit stuk draait alles om een kalfje. Je weet dat ik op de Veluwe woon en dat daar aan vee geen gebrek is. Toch was het lastig voor me om over een kalf te schrijven. Het was al zo lang geleden was dat ik er eentje zag. Als ik hier door de buitenwijken rij, zie ik kale wit uitgeslagen weilanden met hier en daar een schaap met lammetjes.
Maar koeien: ho maar!

Ik mailde Herma en vroeg of zij al kalfjes hadden. Nog diezelfde dag kreeg ik een mailtje terug. Er stond een koe op springen. ‘Mail me tegen het eind van de week maar, dan kom je maar kijken.’ Je snapt vast dat ik niet kon wachten tot de week ten einde liep.

Vorige week donderdagmorgen, toen het zonnetje voorzichtig over de daknok van mijn overburen piepte en ik voor de honderdduizendste keer deze winter de sneeuw van mijn autootje afveegde, kon ik een glimlach niet onderdrukken. Het zou technisch weer worden. Weer om buiten te zijn. Door het zonnetje en het nieuwe kalfje leek het op de lente, de gure wind die mijn haren deed wapperen liet me voelen hoe erg ik ernaast zat. En hoe logisch was dat er nog geen kalf of koe buiten liep.

Nadat ik de –‘ik-ben-ook-nog-moeder’-dingen had gedaan, reed ik naar Herma. Na de nodige omzwervingen op enge smalle zandweggetjes (de gemeente vond het nodig om juist die dag de bomen te snoeien op de geasfalteerde wegen) kwam ik aan bij de boerderij.
Een buizerd scheerde over mijn auto, achtervolgt door een stel kraaien. De kieviten cirkelden boven de weilanden. Luid blaffend stonden de twee waakhonden voor mijn bumper. Herma kwam op het alarm van de honden af.

Omdat het nog behoorlijk koud was liepen we meteen door naar de stal. Ze zwiepte de staldeur open en de geur van kuilgras en koeienvlaaien kwam me tegemoet, ik snoof het diep in. Direct werd ik aangestaard door twintig paar glanzend zwarte koeienogen. Ik ging door de vleeskeuring, dat was me wel duidelijk.
Herma en ik kletsen wat over allerlei koeiendingen en na een kwartiertje was ik voor de koeien niet meer interessant, ze hapten met grote interesse in hun kuilgras en stonden kletterplassend rond te kijken.
En toen gebeurde het: ‘Als jij nou effe meeloopt, dan mag je het kalf wat melk geven.’
Het kind in mij wilde springen, zo hoog dat ik door het dak heen zou gaan. ‘Yes! Ik mocht het zelf doen!’ Niets is zo goed voor een verhaal als de beleving zelf mee maken.
Ik warmde de biest ‘au bain marie’ op voor het kalfje en goot de romige melk in een emmer.
Binnen no-time had het kalfje de emmer leeg geslobberd. Wat te verwachten was gebeurde, ik was niet weg te slaan bij het kalf. Ik aaide hem en liet hem aan mijn handen sabbelen, wilde hem meenemen. Schoot veel foto’s en zette geuren en gevoel vast in mijn geheugen. Die nacht droomde ik de verdere verhaallijn van ‘Joehoe, ik wil een koe’. Vandaag schrijf ik het op…

©Angelique van Dam, maart 2013

Kalfje

Ps-je: volgende week schrijf ik een hoofdstuk voor Verhalen Spinnen (zie vorige blog). Het verhaal zal online gaan op 2 april. Ik zal de link hier ook plaatsen.